100+ Free NT2 Programma II Practice Questions
Pass your NT2 Staatsexamen Programma II (Nederlands als Tweede Taal — B2) exam on the first try — instant access, no signup required.
Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Taalbeleid op de werkvloer** In internationale bedrijven in Nederland is Engels steeds vaker de voertaal op de werkvloer. Dit levert efficiëntiewinst op bij teams met meerdere nationaliteiten, maar heeft ook nadelen. Nederlandstalige werknemers ervaren soms dat hun carrièremogelijkheden worden beperkt als ze niet vloeiend Engels spreken. Tegelijkertijd kunnen Engelssprekenden worden uitgesloten van informele Nederlandstalige gesprekken. Wetenschappers spreken van een 'taalregime' wanneer de keuze voor een bedrijfstaal systematisch bepaalde groepen bevoordeelt. Wat verstaan wetenschappers onder een 'taalregime' op de werkvloer?
Explore More CNaVT, NT2, and telc Dutch Proficiency Exams
Continue into nearby exams from the same family. Each card keeps practice questions, study guides, flashcards, videos, and articles in one place.
Key Facts: NT2 Programma II Exam
NT2 Programma II is the Dutch-as-a-Second-Language state exam at CEFR B2 level, required for admission to Dutch higher education (HBO/WO), administered by DUO with four independently-scored components.
Sample NT2 Programma II Practice Questions
Try these sample questions to test your NT2 Programma II exam readiness. Each question includes a detailed explanation. Start the interactive quiz above for the full 100+ question experience with AI tutoring.
1Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Duurzame energie in Nederland** Nederland heeft de afgelopen tien jaar fors geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Windmolens op zee produceren inmiddels meer dan een kwart van de nationale elektriciteitsbehoefte. De overheid streeft ernaar dit aandeel tegen 2030 te verdubbelen. Critici wijzen echter op de hoge aanlegkosten en de mogelijke gevolgen voor de visserij. Voorstanders benadrukken dat de langetermijnvoordelen ruimschoots opwegen tegen de initiële investeringen. Wat is het standpunt van de voorstanders van windenergie op zee?
2Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Vergrijzing en de arbeidsmarkt** De vergrijzing van de Nederlandse bevolking stelt de arbeidsmarkt voor grote uitdagingen. Naarmate het aandeel ouderen toeneemt, daalt het aantal mensen in de werkzame leeftijd. Werkgevers zoeken naar oplossingen, zoals het aantrekken van arbeidsmigranten en het stimuleren van langer doorwerken. Het kabinet heeft maatregelen aangekondigd om de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen, onder meer door fiscale prikkels en scholingsprogramma's. Welke maatregel noemt de tekst om oudere werknemers langer aan het werk te houden?
3Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Digitalisering in het onderwijs** De snelle opkomst van digitale leermiddelen heeft het klaslokaal ingrijpend veranderd. Tablets en interactieve software vervangen steeds vaker traditionele lesmethoden. Hoewel veel docenten de voordelen van gepersonaliseerd leren erkennen, uitten zij ook zorgen over de toenemende schermtijd en de ongelijke toegang tot technologie onder leerlingen uit lagere inkomensgroepen. Onderwijsonderzoekers benadrukken dat technologie een middel moet blijven, niet een doel op zich. Wat bedoelen onderwijsonderzoekers met 'technologie moet een middel blijven, niet een doel op zich'?
4Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Stedelijke ontwikkeling** De vraag naar woningen in Nederlandse steden is de afgelopen jaren explosief gestegen. De aanpak van de woningcrisis vraagt om een geïntegreerde aanpak waarbij zowel nieuwbouw als renovatie van bestaande panden een rol speelt. Gemeenten staan voor de uitdaging om betaalbare woningen te realiseren zonder de leefbaarheid van bestaande wijken aan te tasten. Herbestemming van kantoorpanden tot woningen wordt gezien als een veelbelovende maar arbeidsintensieve oplossing. Waarom wordt herbestemming van kantoorpanden als 'veelbelovend maar arbeidsintensief' omschreven?
5Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Klimaatakkoord en industrie** Nederlandse industriebedrijven staan onder toenemende druk om hun CO₂-uitstoot te verminderen. Het klimaatakkoord verplicht de industrie tot aanzienlijke reducties vóór 2030. Sommige bedrijven investeren in waterstoftechnologie als alternatief voor fossiele brandstoffen. Anderen vrezen dat te strenge regelgeving hun concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse bedrijven schaadt. De minister benadrukte dat duurzaamheid en economische groei elkaar niet hoeven uit te sluiten. Wat is de zorg van bedrijven die zich verzetten tegen strenge klimaatregels?
6Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Wetenschappelijke publicaties en toegankelijkheid** De discussie over open access in de academische wereld is de afgelopen jaren in kracht toegenomen. Steeds meer universiteiten en financiers eisen dat onderzoeksresultaten vrij toegankelijk worden gepubliceerd. Wetenschappelijke uitgevers staan hierdoor onder druk hun verdienmodel aan te passen. Critici van het huidige systeem stellen dat kennis die grotendeels met publiek geld gefinancierd wordt, ook publiek beschikbaar moet zijn. Uitgevers benadrukken op hun beurt de toegevoegde waarde van peer review en redactionele kwaliteitscontrole. Welk argument gebruiken uitgevers om hun huidige businessmodel te verdedigen?
7Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Gezondheidszorg en preventie** Het Nederlandse zorgstelsel staat bekend om zijn hoge kwaliteit, maar staat ook voor aanzienlijke financiële uitdagingen. Experts zijn het er steeds meer over eens dat investeren in preventie op de lange termijn kostenefficiënter is dan behandelen. Desalniettemin blijft het politiek moeilijk om preventiebudgetten te verhogen ten koste van curatieve zorg. De redenering is dat de effecten van preventie pas na jaren zichtbaar worden, terwijl de politieke cyclus kortetermijnresultaten beloont. Waarom is het politiek moeilijk om meer te investeren in preventie?
8Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Migratie en integratie** De integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving is een complex en veelbesproken thema. Onderzoek toont aan dat taalvaardigheid de belangrijkste voorspeller is van succesvolle integratie op de arbeidsmarkt. Toch ontbreekt het volgens deskundigen aan voldoende laagdrempelige taalcursussen. De inburgeringswet verplicht nieuwkomers weliswaar tot het volgen van een taalcursus, maar de kwaliteit en beschikbaarheid van cursussen verschilt sterk per gemeente. Wat is volgens deskundigen het grootste probleem bij taalcursussen voor nieuwkomers?
9Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **Biodiversiteit en landbouw** De intensieve landbouw in Nederland heeft de afgelopen decennia geleid tot een sterke daling van de biodiversiteit. Insectenpopulaties zijn met tientallen procenten afgenomen, met gevolgen voor de bestuiving van gewassen. Landbouworganisaties en milieugroepen zoeken naar een middenweg waarbij boeren een eerlijk inkomen kunnen verdienen én de natuur wordt beschermd. Het stikstofprobleem vormt hierbij een extra complicerende factor, aangezien de uitstoot van stikstof directe schade toebrengt aan beschermde natuurgebieden. Welke twee problemen worden in de tekst met elkaar in verband gebracht?
10Lees de volgende tekst en beantwoord de vraag. **De rol van de rechter in de democratie** In een rechtsstaat is de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht een fundamenteel beginsel. Rechters spreken recht op basis van de wet, niet op basis van politieke overwegingen. Toch laait de discussie regelmatig op of rechters te activistisch zijn wanneer zij overheidsbeslissingen vernietigen. Voorstanders van rechterlijk toezicht stellen dat dit juist de essentie is van de machtenscheiding: de rechter als waakhond van grondrechten. Tegenstanders menen dat democratisch gekozen politici het laatste woord zouden moeten hebben. Wat verstaan voorstanders van rechterlijk toezicht onder de 'essentie van de machtenscheiding'?
About the NT2 Programma II Exam
The NT2 Staatsexamen Programma II is the upper-level Dutch-as-a-Second-Language state examination, corresponding to CEFR B2. Administered by DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) on behalf of the Dutch Ministry of Education, Culture and Science, it is the standard entry requirement for higher education (HBO and WO) in the Netherlands and is widely recognised by Dutch employers for professional roles requiring academic-level Dutch. The exam assesses four independent skills: Lezen (reading, 100 min MCQ), Luisteren (listening, 90 min MCQ), Schrijven (writing, 120 min open-response), and Spreken (speaking, ~30 min oral). Candidates sit and register for each component individually and receive a separate pass/fail result and score (minimum 500) per component. Programma II is designed for those aiming to participate in higher education or professional environments where academic Dutch proficiency is required. Unlike Programma I (CEFR B1), Programma II tests the ability to understand complex, abstract, and formal texts, follow nuanced academic lectures, write structured arguments, and speak with coherence and precision at B2 level.
Questions
70 scored questions
Time Limit
Lezen: 100 minutes; Luisteren: 90 minutes; Schrijven: 120 minutes; Spreken: ~30 minutes. Components are scheduled separately; the Van Dale Pocketwoordenboek NT2 is permitted for Lezen only.
Passing Score
500 or above on a standardised scale per component. Each of the four components (Lezen, Luisteren, Schrijven, Spreken) is scored and reported independently; there is no single combined pass mark.
Exam Fee
€50 per component; €200 for all four components (2026 DUO tariff). Administered by DUO in the Netherlands. (DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs))
NT2 Programma II Exam Content Outline
Lezen (Reading)
35–36 MCQ questions in 100 minutes. Academic and professional texts — editorials, reports, opinion articles — tested for main ideas, implied meaning, argumentation, and B2 vocabulary. Van Dale Pocketwoordenboek NT2 permitted.
Luisteren (Listening)
~30–35 MCQ questions in 90 minutes. Recordings from work, education, and public-life contexts. Natural speech, played once; tests comprehension of nuance, implied meaning, and abstract topics at B2 level.
Schrijven (Writing)
120-minute open-response component in two sections (typed and handwritten). Tests formal register, argumentation, cohesion, and accurate use of B2 grammar and vocabulary.
Spreken (Speaking)
~30-minute computer-mediated oral exam. Three task types testing fluency, pronunciation, and structured spoken argument at B2 level.
How to Pass the NT2 Programma II Exam
What You Need to Know
- Passing score: 500 or above on a standardised scale per component. Each of the four components (Lezen, Luisteren, Schrijven, Spreken) is scored and reported independently; there is no single combined pass mark.
- Exam length: 70 questions
- Time limit: Lezen: 100 minutes; Luisteren: 90 minutes; Schrijven: 120 minutes; Spreken: ~30 minutes. Components are scheduled separately; the Van Dale Pocketwoordenboek NT2 is permitted for Lezen only.
- Exam fee: €50 per component; €200 for all four components (2026 DUO tariff). Administered by DUO in the Netherlands.
Keys to Passing
- Complete 500+ practice questions
- Score 80%+ consistently before scheduling
- Focus on highest-weighted sections
- Use our AI tutor for tough concepts
NT2 Programma II Study Tips from Top Performers
Frequently Asked Questions
What is the NT2 Staatsexamen Programma II and who needs it?
NT2 Programma II is the Dutch-as-a-Second-Language state examination at CEFR B2 level, administered by DUO. It is required for admission to Dutch higher education (HBO and WO universities) and is widely recognised by Dutch employers for professional roles requiring academic-level Dutch. Non-native Dutch speakers who did not complete Dutch secondary education typically need it.
What is the difference between NT2 Programma I and Programma II?
Programma I corresponds to CEFR B1 (lower-secondary level) and is sufficient for the Dutch civic integration exam (inburgering) and some vocational paths (MBO). Programma II corresponds to CEFR B2 (upper-secondary/academic level) and is required for entry into HBO and WO higher education institutions in the Netherlands.
How much does NT2 Programma II cost in 2026?
Each of the four components (Lezen, Luisteren, Schrijven, Spreken) costs €50. Sitting all four components costs €200. These are the 2026 DUO tariffs; a surcharge may apply for international payments.
What is the passing score for NT2 Programma II?
Candidates must score 500 or above on the standardised scale for each component they sit. Each component is assessed and reported independently — there is no single combined pass mark. A candidate can pass some components and fail others and will need to retake only the failed components.
How many questions are on the NT2 Programma II Lezen and Luisteren components?
The Lezen (reading) component has approximately 35–36 multiple-choice questions in 100 minutes. The Luisteren (listening) component has approximately 30–35 multiple-choice questions in 90 minutes. Both use four-option MCQ format on a computer. The Schrijven and Spreken components are open-response and are not MCQ.
Can I use a dictionary during the NT2 Programma II exam?
Yes, but only for the Lezen (reading) component. Candidates may use the Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2 edition). No dictionary is permitted during Luisteren, Schrijven, or Spreken components.